Wetenschap in de Kruidtuin

Leuven heeft een prachtige Kruidtuin.

De vroegere hoofdtuinier Andreas Donkelaar (1783-1858) was er een plantkundige en tuinman.
Hij is geboren op 9 maart 1783 in Vleuten en gestorven op 22 februari 1858 in Gent.
Vanaf 1835 was hij tuinman in de botanische tuin van Gent.

1.Herfst in de Kruidtuin
Luisterverhaal: Varens
Welvarende varens

gedicht “opgerolde varenblaadjes”

Varens waren ooit een “rage”.
Ze spraken tot de verbeelding.
Ze hebben geen bloemen of zaden…
Hoe planten ze zich voort?

William Turner, Engelse plantkunde.
18de eeuw uit West-Indië geïmporteerd => erg duur om te transporteren.
Hoe vermeerderen? => Jamaicaanse John Lindsay arts

Nathaniel Bagshaw Ward => planten achter glas overleefden wel.
Niet in open lucht.
“De verschillende soorten varens en mossen verzamelde hij in de omgeving van Londen en plantte hij met wat primula’s en klaverzuring in zijn achtertuin. Dat was de droom.
Maar door de enorm vervuilde lucht die uit de omliggende fabrieken opsteeg, wist Ward zijn planten niet in leven te houden. Zijn droom ging in rook op.“
Tuinadvies: varens-boomvarens

Minikastjes bij rijken in de vorm van kastelen.
Varens waren een echte rage.
Hoge prijzen.
In bossen zelf wilde varens plukken, mocht niet.
Gedroogde varenbladen inlijsten om aan de muur op te hangen.
Over varens lopen op tapijten en ook op tafel sierden ze het porselein (borden), tafelzilver en bestek.
In België nog steeds beschermde plantensoort.

Leuven!
Twee botanisten kruisten varensoorten.
Britse specialisten verfijnden die techniek.

Nieuwe soort van de Japanse theeplant.
Andreas Donkelaar
Kiemen van de Kruidtuin
hoofdtuinier Andreas Donkelaar

Varens dragen sporen.
Onderaan hun blad in sporendoosjes.
Wanneer een doosje rijp is, springt het open.
De sporen worden verspreid.
In vochtige grond ontkiemen ze makkelijk.

2.Lente in de Kruidtuin
Luisterverhaal: honingbij

Zo zoet als honing.
De honingbij.
Ze leven samen in groep als insecten.
De honingbij vormt een kolonie.

gedichtje: imker – honing – honingbij

Alles draait om de koningin.
Ze bekommert zich om haar eentje om alle bijen.
Koningin legt 5 jaar na elkaar eitjes tot 2000 per dag, een hele zomer lang.

Vrouwtjes heten werksters, mannetjes heten darren.

Darren laten zich door de werksters voeden.
Zij moeten alleen de koningin bevruchten.
Tijdens de éénmalige bruidsvlucht paart de koningin met meer dan 20 darren.
Ze kan het geslacht van die eitjes zelf kiezen.
Uit een bevrucht komt een wijfjesbij.
Uit een onbevrucht komt een mannetje.

Overleven in de winter doen ze door nectar te verzamelen.
Die nectar zetten ze om in honing.
Die honing slaan ze op in verzegelde cellen.
Die honing halen de mensen uit het nest.

Bijenraten bestaan uit regelmatige zeshoeken…

Een kolonie zonder eten is gedoemd om uit te sterven.
Daarom geven imkers tegen de winter suikerwater of suikerdeeg aan de bijen.

Sommige volkeren nemen soms eigenschappen over van de in de vrije natuur levende bijen.
Daardoor worden de nakomelingen agressief of krijgen ziektes.

Oplossing: eilanden in de Waddenzee.
“Paringstations” zonder vreemde darren. Te ver voor vasteland-bijen.
Waddenacademie: bijtjes en bloemetjes op de kwelder.
Waddenzee: onderzoek bijen eilanden

Meer uitleg over bijen.
Week van de bij: 25 mei – 1 juni 2025

3.Winter in de Kruidtuin
Begin van het verhaal aan het begin van de Kruidtuin.

Luisterverhaal: De palmbomen van de koning

Hoofdtuinier Andreas Donkelaar (1783-1858) was een plantkundige en tuinman.
Hij was geboren op 9 maart 1783 in Vleuten en gestorven op 22 februari 1858 in Gent.
Hij was de tuinman in de botanische tuin van Leuven.
Vanaf 1835 deed hij dat in de botanische tuin van Gent.

Limerick (dichtvorm)

Verhaal aan de serre of orangerie.
Orangerie komt van “oranger” sinaasappelboom.
Het gebouw dient om ’s winters de planten te bewaren die in de zomer buiten staan.
Men gebruikte het gebouw om dure, tropische en exotische planten en bomen uit verre landen te laten zien.
De tropische, grote planten kunnen niet tegen het gure weer en werden daarom in grote, reuzebloempotten geplant.
Zo konden ze makkelijk naar binnen worden verplaatst.

Het ontwerp werd gebouwd door de hofarchitect van de Prins van Oranje: Charles Vander Straeten. Hij maakte ook de Leeuw van Waterloo.

Het werd gebouwd in baksteen, glas en ijzer.
Er was 3 jaar voor nodig.
De tropische en subtropische planten verhuisden ’s winters naar dit gebouw.

Problemen met het dak: enkele palmen groeiden tot ze niet meer binnen konden.
Het dak met glazen ruiten werd geïnstalleerd.
Ook het verhoogde dak vormde opnieuw een probleem.
Die vier grootste palmen werden geschonken aan de koning Leopold II.
Hij gaf ze een mooie plek in zijn serres te Laken.
Die serres kan je nog bezoeken: 18 april 2025 – 11 mei (tijdig inschrijven).

1912: dak van de middenbeuk moest voor de andere palmen weer verhoogd worden…
18 meter hoog…
Ze waren de trots van de Kruidtuin.
De kostprijs van de stookkosten en het onderhoud liepen te hoog op.
De mode van de hoge palmbomen ging voorbij.
Het verhoogde dak werd vervangen door een plat dak.


4.Zomer in de Kruidtuin
Luisterverhaal: Uit de pen van de koningin
Aan de vijver.
Leliebladeren.


Koningin Fabiola schreef “De Indische waterlelies”.
Het verhaal kan je nu nog bekijken als een soort poppenkast/ diorama in de Efteling.

DODOENS
Natuurlijk mogen we deze wetenschapper niet vergeten.
Rembert Dodoens, ook bekend onder als Rembertus Dodonaeus (Mechelen, 29 juni 1517 – Leiden, 10 maart 1585) was een plantkundige en arts uit de Zuidelijke Nederlanden.

We kennen Dodoens vooral als botanicus/ plantkundige (zowel gecontroleerde als vrije natuur).
Hij was ook geneesheer en besteedde de eerste jaren na zijn studies aan kosmografie.

Hij publiceerde het boek Cosmographia in astronomiam et geographiam isagoge.
Het werk was bedoeld om mensen die de mogelijkheid niet hadden om door zelfstudie kennis te vergaren, de mogelijkheid te bieden om de eenvoudige principes van kosmologie onder de knie te krijgen.

In 1541 begon zijn medische carrière als stadsgeneesheer in Mechelen.
Dat deed hij 33 jaar.
Dodoens bestudeerde er de lokale flora en legde een eigen plantentuin aan.
Rond 1557 werd hem een leerstoel aangeboden in Leuven om geneeskunde te doceren.
Hij ging er echter niet op in door een conflict over zijn loon.

Dodoens was erg geïnteresseerd in plantkunde als ondersteuning van zijn praktijk als geneesheer.
Hij was de eerste om een groot aantal inheemse en exotische planten te beschrijven uit de siertuinen van gegoede burgers.

Dodoens ging zelf planten zoeken en beschrijven.
Daaruit volgde een enorme toename van het aantal beschreven soorten.
Hij heeft ongeveer 1340 soorten zelf beschreven, waarvan er een 600-tal nieuw was.

Hij probeerde nieuwe medicijnen altijd grondig uit en bleef de patiënten lang volgen om zo de werking van een geneesmiddel te onderzoeken.

In zijn Cruydeboeck van 1554 breekt hij resoluut met de traditie door de planten niet meer alfabetisch te rangschikken, maar volgens hun uiterlijke kenmerken. Dit was van enorm belang voor de biologie.

Het is een monument van de Vlaamse boekdrukkunst.
Honderden houtsneden illustreren het boek met afbeeldingen van de plant, zijn bladeren, wortels, bloemen en vruchten.
Van elke plant gaf Dodoens de naam in verschillende talen, tot Grieks en Arabisch toe, en vermeldde hij de geneeskrachtige werking.
In een tijd waarin pijnstillers niet bestonden en dokters en apothekers enkel voor de ‘happy few’ toegankelijk waren, was het ‘Cruijdeboeck’ voor menig Vlaming een redder in nood.

Het boek kende een enorm succes in binnen- en buitenland.
Je kan het nog steeds terugvinden in de Consciencebibliotheek.


Geef een reactie

Ontdek meer van STEM Paridaens

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder