Drijvende klei

Maak vormen waardoor klei kan blijven drijven.

Benodigdheden:
kommetje water



speelgoedklei

Stappenplan:
1.groepjes van 4
2.verschillende vormen maken met de klei
3.na onderzoek => vormen rubriceren in “drijvende” en “zinkende” vormen
4.drijvende vormen => analyseren naar vorm

Denk aan:
1.In welke vorm blijft klei drijven?
2.Hoe komt dat?
3.Zodra je van de ene bal klei een bakje kneedt, dan hebben ze niet meer dezelfde vorm.
4.Het bakje is een stuk groter dan de bal (er zit lucht in het bakje)
5.Het volume van het bakje is groter dan het volume van de bal.
6.Klei is zwaarder dan water.
Toch blijft het, als het plat (en dun) is, op het water drijven.
=> oppervlaktespanning

De kleinste deeltjes van water, de watermoleculen, trekken elkaar heel hard aan. Daardoor ontstaat er in de bovenste laag water een soort van sterk vlies van watermoleculen.
Als je hier iets op legt dat het vlies doorprikt, zoals een propje aluminiumfolie, dan zinkt het.
Als je hier voorzichtig iets op legt (zodat het vlies niet direct doorprikt wordt) zoals een velletje aluminiumfolie:
=> dan kun je testen hoe sterk water is.

Je test dus “de oppervlaktespanning”.

Schooltv “Full Proof” oppervlaktespanning.

“Maureen is twaalf jaar en woont op een tulpenbedrijf in Noord-Holland. Ze ziet vaak water op de tulpenbladeren liggen. In Full Proof doet ze experimenten met druppels én oppervlaktespanning.”





Weldra ook ZILL-doelen bij dit onderwerp.

Dank aan OVSG voor de praktijkbundels  “Goesting in STEM 2015 – 2016 – 2017”.

Geef een reactie

Ontdek meer van STEM Paridaens

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder